Naar de inhoud
Zuil, naar de startpagina
Latijnse taal

Eerste en tweede declinatie: rosa en dominus

De meeste woorden op -a volgen rosa, die op -us, -er en -um volgen dominus, puer en templum. Stam plus uitgang geeft elke naamval, enkelvoud en meervoud.

1e graad12 tot 14 jaarConcept: Nog niet nagelezen door een leerkracht klassieke talen.

Waarom

In je woordenlijst staat silva, silvae (v.) en amīcus, amīcī (m.). Waarom twee vormen, en wat doe je ermee?

Die twee vormen zijn een sleutel. De genitivus toont de stam en de groep: silv- hoort bij de eerste declinatie, amīc- bij de tweede. Met die stam en één rij uitgangen maak je zelf alle tien de vormen.

Zo hoef je niet elk woord apart te leren. Ken je rosa en dominus uit je hoofd, dan buig je honderden woorden: puella, via, servus, equus. En je herkent ze in elke tekst, ook als ze in het meervoud of in de dativus staan.

Zie het

Kies rosa, dominus, puer, ager of templum. Een stamblok en een uitgangsblok klikken samen tot elke naamval, in het enkelvoud en het meervoud, met het geslacht erbij.

vrouwelijknominativusrosagenitivusrosaedativusrosaeaccusativusrosamablativusrosā
rosa is vrouwelijk. De stam is ros-. In het enkelvoud: nominativus rosa, genitivus rosae, dativus rosae, accusativus rosam, ablativus rosā.
Beschrijving van het beeld

Bovenaan vijf knoppen met de woorden rosa, dominus, puer, ager en templum, en een label met het geslacht: v voor rosa, m voor dominus, puer en ager, o voor templum. Daaronder een tabel met twee kolommen, enkelvoud en meervoud, en een rij per naamval van nominativus tot ablativus. In elk vak schuift een grijs stamblok, zoals ros of domin, tegen een gekleurd uitgangsblok, zoals am of orum. Bij rosa zie je rosa, rosae, rosae, rosam, rosa met lange a en in het meervoud rosae, rosarum, rosis, rosas, rosis. Bij puer blijft de e in de stam: pueri. Bij ager valt ze weg: agri. Bij templum zijn de nominativus en de accusativus gelijk, en het meervoud eindigt op a.

Snap het

Een woord buigen doe je zo: neem de genitivus enkelvoud, haal de uitgang weg en je hebt de stam. Ros-ae geeft ros-, domin-ī geeft domin-. Achter die stam plak je de uitgangen van de juiste declinatie.

De eerste declinatie heeft een genitivus op -ae. Bijna alle woorden zijn vrouwelijk (rosa, puella, via), maar een paar beroepen zijn mannelijk: agricola (boer) en nauta (zeeman).

De tweede declinatie heeft een genitivus op -ī. Mannelijke woorden eindigen op -us (dominus) of -er (puer, ager). Kijk bij -er naar de genitivus: puerī houdt de e, agrī verliest ze.

Onzijdige woorden op -um (templum, dōnum) volgen de tweede declinatie met één eigen regel: nominativus en accusativus zijn altijd gelijk, en in het meervoud eindigen ze allebei op -a: templa.

De regel

Stam = genitivus min uitgang. Eerste declinatie: -a, -ae, -ae, -am, -ā; meervoud -ae, -ārum, -īs, -ās, -īs. Tweede: -us, -ī, -ō, -um, -ō; meervoud -ī, -ōrum, -īs, -ōs, -īs. Onzijdig: nominativus = accusativus, meervoud -a.

Voorbeelden

  • rosārum

    Genitivus meervoud van rosa: van de rozen.

  • dominō

    Dativus of ablativus enkelvoud van dominus: aan de heer, of door de heer.

  • puerī

    Bij puer blijft de e: genitivus enkelvoud of nominativus meervoud.

  • agrōs

    Bij ager valt de e weg: agrōs, de akkers als lijdend voorwerp.

  • templa

    Onzijdig meervoud: de tempels, als onderwerp of als lijdend voorwerp.

  • agricolae

    Eerste declinatie, toch mannelijk: agricola is de boer.

Uitgewerkt voorbeeld

Maak de accusativus meervoud van servus, servī (m.).

  1. De genitivus servī eindigt op -ī: tweede declinatie, en de stam is serv-.

  2. Servus is mannelijk, dus de accusativus meervoud is -ōs.

  3. Stam plus uitgang: serv + ōs.

  4. Antwoord

    servōs

Doe het

Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.

Oefenen

Geef de genitivus enkelvoud van dea, deae (v.).

Geef de genitivus enkelvoud van dea, deae (v.).

Typ in het Latijn. Lengtetekens (ā, ē) hoeven niet, hoofdletters en een punt op het einde tellen niet mee.

Valkuilen

  • Fout: Agricola is vrouwelijk, want het eindigt op -a.

    De uitgang zegt de declinatie, niet het geslacht. Een boer is een man.

    Juist: agricola, agricolae (m.): eerste declinatie, mannelijk.

  • Fout: De genitivus van ager is agerī.

    Bij woorden op -er toont de genitivus of de e blijft. In je woordenlijst staat ager, agrī.

    Juist: agrī, en zo verder: agrō, agrum, agrōs.

  • Fout: Templum is altijd een onderwerp, want het lijkt op de nominativus.

    Bij onzijdige woorden zijn nominativus en accusativus gelijk. De zin beslist.

    Juist: Puer templum videt: templum is hier lijdend voorwerp.

In het echt

  • Latijnse meervouden leven verder in het Nederlands: museum en musea, datum en data, curriculum en curricula.
  • Op het etiket in het tuincentrum staat Latijn: Rosa canina is de hondsroos, met dezelfde rosa als in je tabel.
  • Het woord agenda is een onzijdig meervoud: letterlijk de dingen die gedaan moeten worden.

Aan tafel

Speel Stam en staart. Een ouder noemt een woord met zijn genitivus, zoals equus, equī. Het kind zegt de stam en tikt een naamval aan; samen maken jullie de vorm. Wie drie vormen na elkaar juist heeft, mag het volgende woord kiezen.

Iets om samen te doen of over te praten, voor ouders en kinderen. Fouten mogen.

Fout gezien?

Een paar woorden is genoeg. We kijken het na en passen het aan.

Zoeken

Even laden…

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.