Naamvallen: wat doet een woord in de zin?
In het Latijn verraadt de uitgang wat een woord doet: onderwerp, bezitter, ontvanger, lijdend voorwerp of middel. Dat zijn de naamvallen, van nominativus tot ablativus.
Onderwerpen
18 onderwerpen
De naamvallen, de eerste drie declinaties, het praesens, imperfectum en perfectum, bijvoeglijke naamwoorden, voorzetsels en je eerste zinnen vertalen.
In het Latijn verraadt de uitgang wat een woord doet: onderwerp, bezitter, ontvanger, lijdend voorwerp of middel. Dat zijn de naamvallen, van nominativus tot ablativus.
De meeste woorden op -a volgen rosa, die op -us, -er en -um volgen dominus, puer en templum. Stam plus uitgang geeft elke naamval, enkelvoud en meervoud.
Bij rēx, mīles en corpus verbergt de nominativus de stam. De genitivus op -is toont hem: rēg-is. Daarna volgen vaste uitgangen.
Een Latijns werkwoord zegt zelf wie het doet. De uitgang -ō, -s, -t, -mus, -tis, -nt vervangt ik, jij, hij, wij, jullie, zij. Vier vervoegingen en esse.
Het imperfectum met -ba- vertelt wat bezig was of vaak gebeurde. Het perfectum op de perfectumstam (vocāv-ī) vertelt wat afgerond is. Esse wordt eram en fuī.
Bonus, bona, bonum past zich aan zijn zelfstandig naamwoord aan in naamval, getal en geslacht (KNG). Dezelfde uitgang is niet nodig: agricola bonus, rēx bonus.
Na een Latijns voorzetsel volgt een accusativus of een ablativus. Ad en per nemen de accusativus, ex en cum de ablativus. In kan allebei, met een andere betekenis.
Een Latijnse zin vertaal je niet van links naar rechts. Zoek het werkwoord, dan het onderwerp en het lijdend voorwerp, en lees de rest met de uitgangen.
Het alfabet en hoe je Grieks in onze letters schrijft, Griekse woorden in onze taal, de eerste naamwoorden met het lidwoord en het praesens van λύω.
Vierentwintig letters, waarvan je er al veel kent uit wiskunde en fysica. Leer hun naam, hun klank en hoe je ze in onze letters schrijft.
Democratie, fysica, theater: duizenden woorden komen uit het Grieks. Transliteer een Grieks woord en je herkent het. Ken je de delen, dan snap je de betekenis.
Het Grieks heeft een lidwoord dat meeverbuigt: ὁ, ἡ, τό. Lidwoord en uitgang vertellen samen het geslacht, het getal en de naamval van een woord.
λύω, ik maak los: het voorbeeldwerkwoord van het Grieks. Zes uitgangen vertellen wie het doet, net als in het Latijn: -ω, -εις, -ει, -ομεν, -ετε, -ουσι(ν).
Latijnse en Griekse wortels in het Nederlands, Frans en Engels, en het Latijn dat je elke dag tegenkomt.
Aquarium, telefoon, biologie: een korte Latijnse of Griekse wortel draagt een betekenis. Ken je de wortel, dan begrijp je woorden in vier talen tegelijk.
Etc., P.S., cv, a.m.: je gebruikt elke dag Latijn zonder het te merken. Leer wat die woorden en afkortingen letterlijk betekenen en waar je ze tegenkomt.
Het dagelijks leven in Rome, de goden en mythen zoals de Grieken en Romeinen ze vertelden, Rome in onze streken, en democratie en theater in Athene.
Een rijke Romein woonde in een domus met atrium en tuin, de meeste stedelingen in een īnsula. Ontdek hoe een Romeinse dag verliep, van salūtātiō tot cēna.
De oude Grieken en Romeinen vertelden verhalen over twaalf grote goden. Leer hun Griekse en Romeinse namen, wat men over hen vertelde, en de sporen in onze woorden.
Caesar veroverde Gallië en schreef erover. Ontdek de Belgen, Ambiorix en de Eburonen, Romeinse steden als Tongeren, en waarom je Caesars verslag kritisch leest.
In het Athene van de vijfde eeuw voor Christus stemden burgers met de hand op en keken ze samen naar toneel. Wie mocht stemmen, en hoe zag een theater eruit?